De Belgische Herder

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Home Geschiedenis De Laekense

De Ruwharige waaronder de Laekense


 
Vos van Laeken - vaalrode ruwhaar - grootvader van Dewet en overgrootvader van Tjop, behoorde toe aan de herder J.B.Janssen, gedomicilieerd te Laeken, Fransmanstraat 186. De herder had hem gekocht van een dierenkoopman uit de streek rond Boom, m.a.w. het gedeelte gesitueerd tussen de Schelde, de Rupel en de Vliet in de provincie Antwerpen. Vos stierf in 1897 op de leeftijd van ongeveer twaalf jaar. Inm nr.4 van "Chasse et Pêche" van 2 oktober 1896 kan men het volgende lezen:
"Mr.Janssen, herder, is sedert geruime tijd een fokker aan wie het geluk toelacht. Hij fokte Pouts, Moor en Liske, drie teefjes behorende tot een oude bron en die alle drie tekenen dragen van hoogstaande kwaliteit. Bij hem zijn de verrassingen van atavisme onbekend en men is echt verbaasd door familiegelijkenis van de honden voortgekomen uit zijn kennel.
Hun grote goudgele of kastanjebruine ogen en vooral de kenmerkende houding van de oren, volstaan om ze te herkennen. Het is bij hen dat men het rechtopstaande, driehoekige, hooggeplaatste oor vindt dat geopend is langs de voorzijde." Mr.Joseph De Mulder, voorzitter van de Koninklijke Vereniging van de Belgische Herders vertelt, in een geschrift van 5 december 1908, dat hij in Breendonk, in de ongeving van Boom, een zwart ruwharige teefje had gekocht dat later hele mooie vaalrode hondenjongen had voortgebracht.
Deze honden werden gebruikt voor de bewaking van wasserijen, tegen diefstal van de stoffen die buiten op de weiden te bleken werden gelegd, aangezien ze gekend waren als bijtende honden. Bij de vrouwelijke afstammelingen van Vos en Liske van Laeken, ontmoeten we Diane en Mouche. Uit Diane is de bekende Mechelaar Tjop geboren en uit Mouche de niet minder bekende Dewet. In het mannelijke nageslacht van diezelfde Vos en Liske, vinden we Tom, een vaalrode ruwhaar.

Tom was de vader van de ruwhaar Vos II. Samen met Mira (geboren op 5 januari 1895 en toebehorend aan Mr.A.Claessens, cafehouder  te Brussel van "De Boodschapper van Leuven") werd Bazoef verwekt (18 april 1897 van Mr. Ch.Roberfroid).
 

Gekoppeld met zijn moeder gaf Bazoef de zeer gekende ruwhaar Boer Sus. Het is de inteelt die zowel de vacht als de kleur heeft vastgelegd. Boer Sus, geboren op 21 maart 1901, behoorde toe aan Mr.J.Hautot uit Brussel. Dit is hoe de keurmeester, Mr.H.van Albada de Haan Hettema hem omschreef ter gelegenheid van de tentoonstelling in Brussel in 1902: "Zeer mooie hond, statig voorkomen, groot, mooi getekende ruglijn, uitstekende ledematen en evenwicht, expressief hoofd, mooi gedragen oren, uitstekende staartbeharing,een eer die moet toebedeeld worden aan het fokken van Mr.Claessens, en mooi droog haar, goed ruw, niet lang, niet te sluik, niet te verwilderd, vooral niet lang op het gezicht waar we, bij deze aan te bevelen reu, de afwezigheid vaststellen van het Briardhoofd, en diepe borstkas."

Wat de ruwharige variëteit vooral kenmerkt, is het ruwe en droge haar, bijzonder verwilderd. De lengte is, op alle delen van het lichaam bijna gelijk, ongeveer 2 tot 3 cm. Noch de haren rond de ogen, noch de muil zijn lang genoeg om de hond het aspect te geven van een poedel of een Briard. De staart mag geen pluimvorm aannemen.
In deze groep, heeft de uitgekiende samensmelting van bloedverwanten wonderen gedaan. Zo is het allermooiste teefje Rita , van Mr.Ch.Roberfroid, geboren uit een moeder (Mira) met haar eigen zoon (Bazoef). Nochtans hebben Boer Sus, Bazoef, Mira en Rita door inteelt, nooit een zo mooi ras kunnen vormen als het geval was met Cora, Tjop en Dewet bij de Mechelaars, of als Picard d'Uccle, Duc de Groenendaal en Petite bij de Groenendaals.
  Citeren we nogmaals professor A.Reul over de ruwharige:
"Dank zij de uitstekende verbeteringsmethode, wordt de groep van ruwharige Belgische Herdershonden meer en meer gezuiverd. De ruwharige herdershond ontdoet zich van vreemd bloed, net zoals de zee haar lijken terugwerpt. Wij hebben altijd gedacht dat er Briardbloed door zijn aderen stroomde. Is het niet de familie van vaalrode honden van Laeken die op een bepaald moment, een zekere hoeveelheid bloed heeft geleverd aan de peper-en-zoutkleurige ruwhaar? Is het niet die familie die de Belgische Club, niet zonder gegronde zoötechnische redenen als vreemd beschouwde, omdat ze slechts een variant zou zijn van de Briard aangepast aan de Belgische grond." Hij ging door in deze termen:
"Ondanks dit alles, is deze familie van paria's alle eer gaan opstrijken van de Belgische Herdershonden op een Nederlandse tentoonstelling te Rotterdam. Ziehier dus een hond van een niet erkend type die met open armen wordt ontvangen bij een belangrijke buitenlandse hondenmaatschappij en aan dewelke de keurmeesters prijzen toekennen bestemd voor de Belgische Herdershonden."

Op de hondententoonstelling georganiseerd door de Koninklijke Maatschappij St-Hubertus einde 1905,
waren de Belgische Herdershonden vertegenwoordigd door 73 honden (40 Groenendaels en 27 Mechelaars) onder dewelke zich 6 peper-en-zoutkleurige ruwharigen bevonden waarvan er slechts één beantwoorde aan de standaard.

De anderen onderscheidden zich door een zeldzame middelmatigheid. Ook vroeg de keurmeester M.V.Fally zich af of de liefhebbers niet op het verkeerde spoor zaten door het voorop stellen van de peper-en-zoutkleur.

De keurmeester Mr. V.Fally ging door:
"Het feit is dat men slechts twee grijze exemplaren als type heeft gekend: Bazoef en Mira en in hun talrijke nageslacht,zowel direct als indirect, hebben ze slechts 4 of 5 honden gegeven die beantwoorden aan de standaard. Bijna al hun nakomelingen keerden terug naar de vaalrode kleur. Het bestaan van de Belgische variëteit met ruwhaar is onmiskenbaar; zijn oorspronkelijke kleur is echter, naar onze menig, niet peper-en-zout. Deze kwestie zou opnieuw aan een studie moeten worden onderlegd. Bekwaam door tien jaar fokken, is het mogelijk dat men een oplossing vindt die meer overeenkomt met de werkelijkheid."
In 1905, toen de afdeling van Mechelen aitonoom werd, behield ze de oorspronkelijke standaard met drie kleuren, behalve wat de ruwharige betreft. De ervaring had de nietbestendigheid van het peper-en-zout bewezen, daarom liet de maatschappij tijdelijk elke nuance van vacht toe binnen deze variëteit. Is het om tegemoet te komen aan deze toestand dat de Club du Chien de Berger Belge langs zijn kant in 1906. de Nationale afdeling van de ruwharige stichtte waarvan de initiatiefnemer Mr.O.Reumon, er ook de voorzitter van werd? Vast en zeker, maar na de tentoonstelling van de Club du Chien de Berger Belge op 27 en 28 april 1908 te Brussel, waar de peper-en-zoutkleurige in grote aantallen verscheen, verdween hij in de loop der tijden.

Dit is het verslag van die tentoonstelling in "L'Eleveur Belge": "Wat de peper-en-zoutkleurige ruwharigen betreft, is deze tentoonstelling een openbaring geweest. Dertig individuen, en welke individuen? De variëteit heeft eindelijk in Rustaud de Rixensart, de echte hersteller van het ras gevonden. De nakomelingen van Rustaud die we zondag laatstleden hebben gezien zijn prachtig, goed gebouwd met goede vacht, goed ruw met de specifieke ondervacht. En de kleur? Deze keer kon men ze rechtmatig peper-en-zoutkleur noemen. Hoeveel keer heeft men mij gevraagd:
"Maar wat is de echte peper-en-zoutkleur?"Onder de voorstanders van de peper-en-zoutkleurige, moeten we Mr.O.Reumon uit Rixensart vernoemen, een eerste klas fokker, die zich sterk interesseerde voor deze variëteit 
"Ik herinner me, schreef Mr.A.Peffer, dat ik verscheidene malen zijn kennel heb bezocht. Hij kon met zijn teefjes enkele goeie individuen voortbrengen. Ik zeg enkele, want in het algemeen was de mislukking groot. Ik zeg mislukking op gebied van kleur, want tussen de gestroomde en de vaalrode die werden geboren, waren heel mooie honden, het peper-en-zoutkleurige plantte zich enkel zeer zeldzaam voort. Gedurende mijn verbanning in Nederland van 1914 tot 1918, heb ik mij bezig gehouden met het opleiden van Rode Kruis honden. Tussen de vijftigtal honden die door mijn handen kwamen, bevonden zich een goed dozijn vaalrode en gestroomde ruwharigen en ik moet onpartijdig zeggen dat ze de meest intelligente waren en de gemakkelijkste om op te leiden. Ik heb een groot aantal tentoonstellingen bezocht in Nederland sinds een vijftiental jaren en ik heb er een imposante hoeveelheid ruwharigen ontmoet die ofwel als Belgische Herdershond ofwel als Nederlandse Herdershond waren ingeschreven. Het verschil was gebaseerd op de kleur, de Nederlandse liefhebbers eisten het vaderschap van de gestroomde om ons de vaalrode te laten. Ik heb reeds gezegd, dat men in de dracht van twee gestroomde, of twee vaalrode, of twee grijze men bijna altijd twee of drie kleuren aantreft. Deze variëteit kent slechts weinig succes in ons land.

In tegenstelling tot Nederland, dat vast en zeker, vandaag, het land met het grootst aantal Laekense kent. Indien de Nederlandse fokkerij een dergelijke voorsprong heeft op de Belgische, dan zijn dat de trieste gevolgen van de oorlog van 1914 - 1918.

In deze variëteit met ruw haar, noemt men de Laekense, de hond die ruw vaalrood haar heeft met zwarte tinten, voornamelijk op de muil en de staart.
Het is dus niet geschreven dat de Laekense de variëteit van de ruwharige is, maar enkel deze die de vaalrode kleur heeft.
De selectie van de ruwharige is nooit volledig gevolgd geweest, wat ook nog vandaag de verscheidenheid van type in de variëteit verklaart in vergelijking met de kort- en de langharige. Aangezien men de gezamenlijke oorsprong kent van de kort- en de ruwharige, is het dus beter om deze twee variëteiten langzaam één te maken om het type en het karakter van de Belgische Herdershond te bewaren.

Laatst aangepast op vrijdag, 17 december 2010 17:30  
Aantal Bezoekers

Webmaster Geert Fokkens